Je script is het begin: de scènes die erin staan, gebruik je daarna overal. Dit is de weg van script naar opnames. Je hoeft niet alles te gebruiken.
Storyboard
Zet je script op een whiteboard, kies de kaart van het script en kies in het menu Storyboard (een sectie per scène). Je krijgt een sectie per scène, waarin je je beelden en foto's zet. Is je script veranderd? Kies het nog eens: nieuwe scènes komen erbij en wat je al had blijft staan.
Shotlist
Maak een pagina en koppel je script aan de kolom Naam: de scènes worden rijen. Daarachter maak je je eigen kolommen.
| Scène | Shot | Lens |
|---|---|---|
| 1. Keuken | Totaal | 24 mm |
| 2. Straat | Close-up | 85 mm |
| 3. Trein | Medium | 50 mm |
Velden uit het script, zoals het scènenummer, typ je niet: die volgen het script na elke opslag. Staat een scène niet meer in het script, dan zie je dat bij de rij.
Breakdown
Heeft een andere pagina een koppeling naar deze rijen, dan toon je met een kolom Opzoeken de waarden daarvan. Zo hoef je bijvoorbeeld de locatie maar op een plek bij te houden.
Draaischema
Geef de pagina een kolom Draaidag en groepeer erop onder Weergave instellen. In de kop van elke dag zie je hoe lang die dag is, in achtsten.
Callsheet
- Zet je eigen callsheet in Bestanden als sjabloon (Opslaan als sjabloon).
- Open het paneel naast je script en vink de scènes van een draaidag aan.
- Kies Callsheet maken, kies je sjabloon en vul de draaidag en de datum in.
De callsheet komt in de map van het script. In je sjabloon zet je deze plekken: [Script], [Draaidag], [Datum], [Scènes], [Aantal scènes], [Achtsten], [Personages] en [Locaties]. Een tabelrij met [Scène nummer], [Scène kop], [INT/EXT], [Locatie], [Tijd], [Scène personages] of [Scène achtsten] komt per scène terug.