Grafieken

Een grafiek op het whiteboard tekent de rijen van een pagina of tabel: hoe je spaargeld loopt, wat er per maand binnenkomt en eruit gaat, waar je geld heen gaat. Hij rekent met dezelfde waarden als de tabel, ook de uitkomsten van formules.

Een grafiek maken

Kies in de werkbalk Inhoud en dan Grafiek (sneltoets D), of klik met de rechtermuisknop op een lege plek en kies Grafiek. Klik op het bord. Het venster Grafiek instellen opent: kies de pagina, de soort en wat hij toont. Elke keuze zie je meteen in het voorbeeld. Later stel je hem opnieuw in met een dubbelklik of het tandwiel.

Koppelen met een lijn

Staat de tabel op het whiteboard, trek dan een lijn van het punt boven een kolom naar de grafiek. Een kolom met getallen wordt een reeks; een datum, keuze of tekst wordt de as. Wijs je de grafiek of de tabel aan, dan zie je de lijnen van de gebruikte kolommen. De grafiek volgt elke wijziging in de tabel meteen.

Soorten

  • Lijn en Vlak: hoe iets loopt in de tijd.
  • Staaf en Liggende staaf: vergelijken, naast elkaar of gestapeld.
  • Taart en Donut: de verdeling over keuzes.
  • Spreiding: twee getallen tegen elkaar.
  • Getal: een kengetal, zoals wat je per maand overhoudt.

De as en de reeksen

Een datum-as kan per dag, week, maand, kwartaal of jaar samen. Per reeks kies je de berekening (som, gemiddelde, aantal, kleinste, grootste of laatste), of hij als lijn, vlak of staaf staat, een kleur en een stippellijn. Met Splitsen op krijg je een reeks per keuze, bijvoorbeeld uitgaven per categorie.

Vooruitkijken

Lopend totaal telt elk punt bij de vorige op. Een Trendlijn trekt een rechte lijn door de punten tot het eind van de as: de verwachte lijn. Een Doellijn zet een vaste waarde in beeld, en op een datum-as staat een stippellijn op vandaag.

Welke rijen

Kies een Weergave van de pagina: de grafiek toont dan alleen die rijen. Bij staven en taarten kies je ook Grootste eerst en Alleen de grootste; de rest heet dan Overig.

Ga met de muis over de grafiek voor de waarden.